Nieuwe fiscale maatregelen: de 7 kernpunten

Profile picture for user bram@lifeworx.group
Bram Vergote
2 maart - 5 minuten
Leiderschap

De federale regering staat voor een stevige budgettaire uitdaging. In het regeerakkoord werden daarom verschillende fiscale ingrepen aangekondigd, waarvan sommige al van kracht zijn, en anderen nog in voorbereiding. Tijdens ons webinar met Vincent Vercauteren (Tiberghien Advocaten) zoomden we in op wat deze maatregelen concreet betekenen voor bedrijfsleiders, aandeelhouders en finance professionals. We vatten de 7 kernpunten hieronder samen. 

1. Verstrenging van de DBI-aftrek

De DBI-aftrek (Definitief Belaste Inkomsten) vermijdt dubbele belasting op dividenden tussen vennootschappen. Tot vandaag volstaat:

  • minstens 10% participatie, of
  • een aanschaffingswaarde van minstens € 2,5 miljoen
  • naleving van de permanentie- en taxatievoorwaarden.

Wat verandert er?

Voor grote vennootschappen (in de zin van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen) die zich beroepen op de drempel van € 2,5 miljoen (in plaats van 10% participatie), moet de deelneming voortaan als financieel vast actief kwalificeren. Concreet betekent dit dat louter financiële beleggingen (bv. beursgenoteerde aandelen zonder controle-impact) in veel gevallen niet langer in aanmerking komen voor DBI-aftrek of meerwaardevrijstelling. Ook voor zogenaamde Tate & Lyle-dividenden (bronvrijstelling bij uitkering naar het buitenland op basis van € 2,5 miljoen aanschaffingswaarde) wordt het regime verstrengd.

Impact: minder ruimte voor passieve participaties binnen grote vennootschappen.

2. Meerwaardebelasting op financiële activa

Eén van de meest besproken maatregelen is de geplande meerwaardebelasting van 10% op financiële activa (aandelen, obligaties, crypto, trackers, bepaalde verzekeringsproducten). Hoewel de wetgeving nog niet definitief is gestemd, is de kans groot dat dit regime ingaat vanaf inkomstenjaar 2026 (aanslagjaar 2027).

Wat is belangrijk?

  • Enkel meerwaarden opgebouwd vanaf 1 januari 2026 zouden belast worden (foto op 31/12/2025).
  • Historische meerwaarden blijven in principe vrijgesteld.
  • Er komen drie regimes binnen het “normaal beheer van privévermogen”:
    • Interne meerwaarden (verkoop aan eigen vennootschap)
      → Tarief: 33% (onder debat)
    •  Aanmerkelijk belang (≥ 20%)
      → Vrijstelling tot € 1 miljoen
      → Progressieve tarieven van 1,25% tot 10%
    • Algemeen regime
      → 10% belasting
      → Jaarlijkse vrijstelling van € 10.000 à € 15.000

Daarnaast komt er een voorwaardelijke exitheffing bij emigratie van natuurlijke personen, om te vermijden dat meerwaarden belastingvrij gerealiseerd worden na verhuis naar het buitenland.

Impact: aandeelhoudersplanning wordt complexer en tijdsgevoelig.

3. Exitheffing op niveau aandeelhouder bij emigratie van een vennootschap

Bij verplaatsing van de zetel van een Belgische vennootschap naar het buitenland wordt niet alleen op vennootschapsniveau afgerekend. Sinds 29 juli 2025 wordt ook aangenomen dat de aandeelhouder een fictief liquidatiedividend ontvangt. Gevolg:

  • In principe 30% roerende voorheffing (mogelijk lager via VVPRbis of liquidatiereserves)
  • Betaling kan gespreid worden over 5 jaar (met interest)

Impact: internationale herstructureringen worden fiscaal zwaarder aangepakt.

4. Hervorming van de groepsbijdrageregeling

De Belgische groepsbijdrage (= quasi-fiscale consolidatie) laat toe om winst en verlies tussen verbonden vennootschappen te verrekenen (≥ 90% participatie gedurende 5 jaar). Nieuwe accenten:

  • Mogelijke uitbreiding naar onrechtstreekse participaties
  • Nieuw opgerichte vennootschappen minder snel uitgesloten
  • Aanpassing aftrekvolgorde na rechtspraak (John Cockerill-arrest, intussen wettelijk verankerd)

Impact: meer flexibiliteit, maar (mogelijk) technisch complexer.

5. Investeringsaftrek: versoepelingen en harmonisatie

De investeringsaftrek blijft een belangrijk instrument voor fiscale optimalisatie.

Wat wijzigt?

  • Basisaftrek onbeperkt overdraagbaar (vanaf investeringen 2025)
  • Cumul met gewestelijke steun opnieuw mogelijk
  • Harmonisatie verhoogde thematische aftrek naar 40% voor kleine én grote vennootschappen (vanaf 2027)

Belangrijk onderscheid blijft:

  • Basisaftrek enkel voor kleine vennootschappen
  • Thematische en technologie-aftrek ook voor grote vennootschappen

Impact: investeringsplanning loont opnieuw, zeker bij duurzame en digitale projecten.

6. Kosten eigen aan de werkgever

De praktijk van forfaitaire onkostenvergoedingen blijft bestaan, maar de overheid wil minder individuele rulings en meer duidelijkheid via een algemene omzendbrief.

Impact: meer voorzienbaarheid, maar nood aan correcte documentatie blijft cruciaal.

 

7. Fiscale procedure en relatie met de fiscus

Ook het fiscale procedurelandschap evolueert:

  • Onderzoeks- en aanslagtermijnen opnieuw ingekort
  • Eerste overtreding te goeder trouw → geen belastingverhoging
  • Permanente fiscale regularisatie (45% voor fiscaal verjaard kapitaal)
  • Voorstel tot (bindende) fiscale arbitrage in plaats van klassieke rechtbankprocedure

Impact: meer rechtszekerheid, maar ook strengere controlemechanismen.

Conclusie: strategisch anticiperen wordt essentieel

Wat duidelijk is: het fiscale landschap wordt niet eenvoudiger. De combinatie van strengere DBI-regels, een mogelijke meerwaardebelasting en aangepaste exit-regimes maakt dat aandeelhoudersstructuren, investeringsbeslissingen en internationale plannen best tijdig worden (her)bekeken.

Wil je de volledige toelichting en nuances van deze maatregelen begrijpen? 

Herbekijk het volledige webinar met Vincent Vercauteren (Tiberghien Advocaten) en ontdek wat dit concreet betekent voor jouw organisatie.

Ook interessant